Kennismaking met het Red Light District

“Loneliness and the feeling of being unwanted is the most terrible poverty” — Mother Teresa

Pijn. Vernedering. Wanhoop. Berusting. Uitgebluste ogen. Die ogen…

Een paar maanden geleden ben ik voor het eerst de straten opgegaan als vrijwilliger bij stichting Cherut. Cherut is een christelijke stichting die probeert contact te maken met vrouwen die werkzaam zijn in de prostitutie. Ze doen dat door in teams van twee overdag en ’s nachts naar de ramen toe te gaan om zoveel mogelijk vrouwen aan te spreken. Het vertrouwen winnen en een band opbouwen met de vrouwen staat centraal. Dit kan erg moeilijk zijn, omdat de vrouwen gewend zijn aan bedrog en minachting. Vaak zijn ze met smoesjes getransporteerd naar het buitenland. Ze worden uitgebuit en zitten vast in een hopeloze situatie. Ze zitten vast in een hopeloze wereld.

Veel meisjes die op jonge leeftijd achter de ramen geplaatst worden, weten niet beter. Ze weten niet hoe de normale wereld werkt. Ze weten niet wie ze zijn aan de andere kant van het glas.  Uit deze wereld stappen is voor hen moeilijker dan erin blijven, omdat daar alles nieuw en anders is. Ook geloven ze niet dat ze in staat zijn een normaal leven op te bouwen, of hebben ze daar de (financiële) middelen niet voor.

Sinds ik weet van het bestaan van prostitutie is het mijn verlangen geweest deze vrouwen te helpen, op wat voor manier dan ook. Mensenhandel, uitbuiting en prostitutie zijn verschrikkelijke dingen, die wereldwijd en op grote schaal gebeuren. Het is schrikbarend als je bedenkt hoeveel mensen hierbij betrokken zijn. Pooiers, handelaars, klanten, raameigenaren, smokkelaars, de meisjes zelf. Soms is het familie die de meisjes dwingt in de prostitutie te gaan, soms zijn het volslagen vreemdelingen. Hun situatie is mensonterend en uitzichtloos. Op eigen kracht is er geen uitweg. Niet alleen biedt de omgeving die kansen niet, de meisjes zelf geloven ook niet in iets beters, in een nieuw leven. Hulp kan alleen van buitenaf komen.

Deze dag kon ik eindelijk aan de slag voor hen.

We liepen van het cafeetje waar we afgesproken hadden door een paar gezellig drukke straten. Mensen liepen gehaast of ontstresst voor ons uit, op weg naar afspraken of de warmte van een huisgezin. Een drukke winkelstraat in een grote stad, zoals er zoveel zijn. Plots sloegen we linksaf. Een donkere, vervuilde, grauwe straat. Rode lichten. Grote ramen. Mannen met de handen in de zakken. Slenterend, loerend. Langzaam rijdende auto’s. Giechelende schooljongens. Groepjes lachende studenten.  En de vrouwen.

Vrouwen in minirokjes, korsetten, hoge hakken. Rokend, zittend, wenkend. Iedere beweging geforceerd, iedere blik uitdagend. Zodra een potentiële klant aan hun raam voorbij gelopen is, keert de nietszeggende uitdrukking terug. Tot de volgende man zich aandient. Ze tikken, lachen, knipogen. Nietszeggende blik. Tikken, zwaaien, draaien. Nietszeggende blik. Tikken, glimlachen, wenken. De man stopt. De vrouw opent de deur, er wordt even gepraat, de vrouw lacht en de man stapt binnen. De gordijnen vallen dicht.

Dit is werkelijkheid. Dit is werkelijkheid voor vele vrouwen. Het is een andere wereld, maar niet voor de mannen. Zij krijgen wat ze willen en zijn na 30 minuten weer weg. Voor de vrouwen is het een dagelijks ritme, een levensstijl. Samen met de eenzaamheid. Samen met de stress, het geldgebrek, de angst en de onzekerheid. En daar liepen wij, langs deze ramen. Bij het eerste raam waar we langs liepen waren we al welkom. De deur zwaaide open en we stapten binnen. Een warme, felrode ruimte, met vier vrouwen op krukjes. Het eerste meisje wat we spraken kwam uit Oost-Europa, de andere drie vrouwen ook. We probeerden met hen te praten, maar hun Engels was niet toereikend. Ik nam me voor zo snel mogelijk hun taal te leren. Een van ons is afkomstig uit Oost-Europa, uit hetzelfde land als die meisjes, dus zij sprak wat uitgebreider met hen. We hebben kaartjes met telefoonnummers aan hen gegeven, maar we hebben er niet veel hoop op dat ze er daadwerkelijk iets mee doen. We gingen verder.

De blikken van mannen op straat waren veelzeggend. Ook de blikken naar ons, als wij met de vrouwen in gesprek waren. Laten we zeggen dat ik een hoop geld had kunnen verdienen vandaag. Ik hoop dat het snel went.

Sommige meisjes zwaaiden naar ons, ze kenden mijn twee begeleiders. Soms waren we welkom, soms niet. Een meisje maakte diepe indruk op me. Ze was net negentien geworden. Ze nodigde ons uit in haar kamertje. Het was een warme, knalroze kamer, met posters en een bar met kaarsjes. We mochten plaatsnemen op het opgemaakte bed. Het was onwerkelijk om in die kamer te zijn. Dit was haar wereld. Die drie muren en het raam. Toen we net zaten werd er geklopt. Een klant. Ze deed de deur open, maar zei tegen hem “sorry, we want to blah blah” en wuifde hem weg. Dit was bijzonder, dat ze ons verkoos boven werk, boven geld verdienen. Voor een moment althans. Ze vertelde dat ze bijna naar huis toe ging, voor een week. Daar was ze heel blij mee. We gaven haar een kadootje. Een roze nagelsetje, “because we thought about you, it is pink”. Daar werd ze heel gelukkig van. Er werd aan haar gedacht. Ze is een weeskind, en ze is in de prostitutie gebracht door een echtpaar. Met hen zal ze voor een week terugkeren naar haar thuisland in Oost-Europa, om familie te bezoeken. Zelf ziet ze zichzelf niet als een uitgebuit persoon, omdat dit koppel haar op een slimme manier de prostitutie in heeft gelokt en het zo heeft gebracht dat ze geen andere keus heeft. Wij zien haar als een veel te jong, uitgebuit slachtoffer van human trafficking. Ik zat naast haar, op dat bed. Luisterend naar haar verhaal, of naar het gedeelte wat ze wilde delen. Op zo’n moment gaan er heel wat gevoelens door je heen. Geschoktheid, bezorgheid, liefde, belangstelling, medelijden, zorg, schuld. Ik had zoveel meer van haar willen weten. Helaas sprak ook zij slecht engels.

Er werd weer geklopt. Ze deed open, draaide zich om en sommeerde ons de deur uit te gaan. Ze wilde weer aan het werk. We konden niets anders doen dan gaan. De man keek naar binnen en zag ons. Vier vrouwen, dat zag hij wel zitten. Hij vroeg waar ik vandaan kwam. Ik kon alleen mijn hoofd schudden. We namen snel afscheid en liepen naar buiten.

Op naar de volgende straat. Op de hoek zat een vrouw uitgeblust achter het glas. Ze leek een jaar of dertig. We zwaaiden naar haar. Ze glimlachte flauwtjes terug. We probeerden contact te maken, maar ze reageerde niet. We vroegen haar of we binnen mochten komen, maar ze schudde haar hoofd. Er kwamen tranen in haar ogen. Mijn hart brak. Maar we kunnen niets doen, zolang zij ons niet uitnodigt. We hadden alle straten gehad en uiteindelijk hebben we zo’n acht meisjes gesproken. Nog licht in shock liepen we terug naar het beginpunt.

Hun ogen hebben de meeste indruk op me gemaakt. Achter en onder al die make-up en onder al die schijnverleiding en dat nepplezier, zit een wereld van pijn en eenzaamheid. Het is de grootste acteerprestatie ooit.

Dit is het dan, die andere wereld. Een duistere wereld.

Eén van de vrijwilligers vertelde me dat ik niet bang hoefde te zijn. Ze gelooft dat God met ons is. Ik bid dat God met ons wil zijn, de volgende keer en iedere keer dat we de straten op gaan. Ik bid dat God met deze vrouwen wil zijn, dat Hij Zijn liefde aan hen wil tonen. Want liefde, dat kennen ze niet. Wij kunnen hen leren wat liefde is, door liefde te geven.

Er is geen weg meer terug, ik moet en zal deze vrouwen helpen.

 

Als God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s